Wales 2009
Dit jaar brachten wij tijdens de week tussen Hemelvaart en Pinksteren onze vakantie door in Wales (Imre).
Van te voren werden via internet en e-mail de overnachtingen al geboekt en werden de plannen verder uitgewerkt. Het doel was Wales tegen de klok in rond te rijden vanuit Cardiff, met in het noorden een bezoek aan Bodnant Garden en terug langs de kust.
Vanuit Cardiff vertrekken wij naar het noorden om te overnachten in The Lion in Gillwern, een klein hotelletje, anex pub, anex zaaltje voor bingo en verwante activiteiten, waar Hans al eens eerder tijdens een zakenreis overnacht heeft en waar hij heel goede herinneringen aan bewaart. Deze avond is er een wedstrijd, een soort eigengemaakte Triviant.
Inmiddels is de zaak gewisseld van eigenaar en misschien is dat ook wel de reden dat er enig verval is te constateren. Uit nadere inspectie blijkt dat het gedeelte waar onze kamer is langzaam van de berg zakt en daarbij loskomt van het oude huis, ooit nog eens een kapelletje met herberg. Maar de mensen zijn allerhartelijkst, zoals je dat in Groot Brittannixeb kunt ervaren. Vanuit het dorp kun je ook varen met een narrow-boat, wat al een keer gedaan is door mijn broer Anton, samen met vriendin Hilda en zoon Thomas.
De volgende ochtend vertrekken wij richting National Park Brecon Beacan en The Black Mountains. We volgen de route op de kaart die we van vrienden hebben geleend en komen door prachtige, ogenschijnlijk verlaten gebieden, groen voor zover het oog reikt. Niet zwart dus: verkeerd gereden. Dan maar weer terug: achteruit rijdend, want keren is er niet bij. Verderop toch nog de goede weg gevonden.
The Black Mountains zijn begroeid met o.a. lage grassen en mossen. Het is erg guur op de Gospel Pass en ik heb tot mijn grote spijt mijn lekkere windkerende jas thuis laten liggen. Een passerend schaap weigert helaas zijn jas uit te doen. Op de parkeerplaats staan enkele auto’s waarvan de eigenaren zich waarschijnlijk op 1 van de vele wandelpaden bevinden die het gebied doorkruisen.
Ondanks de koude wind lopen we toch naar het hoogste punt vanwaar we een schitterend uitzicht hebben over de dalen achter de Black Mountains. De weiden zijn erg groen en op de met muurtjes omringde graslanden bloeit nu volop de gaspeldoorn, met een natuurlijke lappendeken als resultaat.
Daarna rijden we door in NW richting naar ons 2e overnachtingsadres Gogarth Hall Farm, 3 km ten westen van Machynlleth. Onderweg is het constant genieten van het prachtige, afwisselende landschap.
Mrs. Deilwen Breese heet ons van harte welkom en brengt ons naar een grote kamer met een weids uitzicht over de uiterwaarden van de rivier Dovey. ‘s Avonds genieten we van een maaltijd in het kleine sfeervolle badplaatsje Aberdyfi aan de monding van dezelfde rivier.
De volgende dag stroomt het van de regen. Nu moet ik toch echt een jas hebben! Mevrouw Breese laat mij haar regenjack passen. Zelfde postuur, past dus precies. Haar dochter heeft een winkel in Machynlleth dus daar eerst maar naar toe. Dit blijkt een heel leuk oud plaatsje met nota bene vakwerkhuizen!
Lekker even rondslenteren op de weekmarkt. Gelukkig heb ik nog een dun plastic regencapeje van “1eurobijdeblokker” bij me. We vinden de genoemde winkel: regenjacks in alle soorten en maten. Tevreden loop ik in het lichtblauw de winkel uit. Een uur later is het droog en we hebben de rest van de vakantie geen druppel regen meer gezien. Het wordt zelfs 25 graden!
Dan nu op weg naar Llangernyw. Onderweg bezoeken we nog een tuin in Welshpool
en stappen uit in een betoverend mooi loofbos met kabbelend beekje. Genieten op de vierkante meter.
We komen aan bij Mrs. Nina Davies in Llangernyw Abergale. Mevrouw Davies heeft een moderne boerderij en huis met een in Afrikaanse sferen gestoken ontbijtruimte. We blijven hier 2 nachten. De slaapkamer is erg groot en heeft mooi uitzicht over het dal. Ze beveelt ons de Black Lion in Llanfair aan voor het avondeten. Hier worden we met veel plezier door de plaatselijke bezoekers van de pub onthaald en er wordt ons dringend verzocht toch vooral in de pub zelf te eten ipv in de wat luxere eetzaal, want dan kan er wat gekletst worden. Het bier smaakt goed en de sfeer is prima!
Op donderdag vertrekken we naar Bodnant Garden, een landgoed in het noorden van Wales. We besluiten om “binnendoor” te rijden, via Gell. Dit blijkt een goede keus te zijn: fantastische doorkijkjes en ongelooflijke stiltes, geaccentueerd door het geluid van leeuwerikjes, prachtige uitzichten op de berg Snowdon.
Bodnant Garden is o.a. beroemd om zijn lange berceau met gouden regen. Deze staat volop in bloei! 20 meter wandelen onder lange gele trossen geurende bloemen. Wat mooi om dit nu in levende lijve te kunnen aanschouwen!
Het huis en de tuinen zijn heel fotogeniek. Leuk is het moment dat we “verdwaald” in het nog mooiere privxe9-gedeelte terecht komen (geen idee waar dat touwtje voor is.) Het is er heerlijk rustig en daardoor kan ik mooie foto’s maken van o.a. de Mxe9conopsis, waarvan zowel blauwe als witte exemplaren in een goed ingerichte border staan. Maar we worden opgemerkt en op vriendelijke en kordate wijze door een medewerkster weer naar de route voor het gewone volk gebracht.
Terug in de tuin in het Italiaanse gedeelte wacht een jongen met camera precies op de kop van de vijver languit liggend in het gras op een moment dat er even geen bezoekers in beeld lopen. Ik ga naast hem liggen want ik wil die foto ook maken. Hij laat mij zijn foto’s zien we kletsten even door over standpunt en diafragma. Zijn moeder, ook bezig met camera en lange lens ziet het met plezier aan. Hans heeft intussen zijn plekje gevonden en kijkt tevreden uit over wat in zijn dromen zijn landgoed zou kunnen zijn geweest als hij Lord Conwy had geheten.
Op de terugweg bezoeken we nog even de verrassend luxe badplaats Llandudno.
Aan het publiek is te merken dat dit gemakkelijk te bereiken is voor mensen uit de omgeving van Liverpool. En ‘s avonds? Vanwege de goede ervaringen opnieuw gegeten in de Black Lion.
Vrijdag. We nemen de kustroute naar het zuiden maar rijden eerst door Snowdonia. Het is erg mooi weer en alle parkeerplaatsen staan vol. De inzittenden wandelen door dit sombere, ruige maar indrukwekkende gebied. Het is een bijzondere ervaring om tegen de klok in rondom de berg Snowdon te rijden, vooral het grote verschil in landschap valt op. Noordelijk: kaal, desolaat, roodbruine kale rotswand en zuidelijk veel begroeiing, een riviertje.
Hier wandelen we nog even rond en vervolgen daarna onze weg naar New Quay, waar we zullen overnachten in het huis van Mrs. Corinne Harrison, een Nederlandse, getrouwd met een Welshman.
New Quay is een klein vissersdorp, gelegen aan een baai aan de westkust van Wales. Corinne ontvangt ons zeer gastvrij in Craig-Y-Wig en is denk ik blij ook eens weer Nederlands te kunnen spreken. Het leuke aan haar huis is de sobere maar smaakvolle inrichting, heel Nederlands: dingen van de zee, houten vogels, schelpen, mooie stenen. Leuk voor een fotosessie in het blad Ariadne.
Die mooie stenen komen we de volgende dag tegen op een rondreis ten zuiden van New Quay. We belanden op een heel mooie plek, een uitloper van een klein riviertje in zee met een strand van stenen en een sfeer om nooit te vergeten. We strijken neer voor een kopje koffie met zelfgebakken lemoncake bij een mevrouw die xe9xe9n van de vier huisjes bewoont aan het einde van de weg. Zij is bezig Welsh te leren, vertelt zij een andere bezoekster. Maar het woord “lekker” vind ze ook erg leuk klinken. O ja, ik mag wel even gebruik maken van het toilet (tussen de strijkplank en de wasmachine.) Leuk toch!
Dit gedeelte van Wales is erg mooi door de vele inhammen in de kust, steeds met een riviertje in het dal, al dan niet omgeven door een dorp. Je kunt hier mooie kustwandelingen maken. Hiervoor wil ik graag nog eens terugkomen (maar nu zit dat er vanwege een knieblessure bij Hans niet in.) Toch wel even naar boven geklommen voor het uitzicht en om te genieten van de kleurrijke vegetatie.
Zondag. Het zit er bijna op, maar we rijden eerst nog via Pembrookshire naar Dale.
Onderweg bij het foto’s maken ren ik bij het plotseling om de bocht verschijnen van een auto snel de weg over en voel iets in mijn kuit “springen”. Gevolg: pijn, alleen nog op de tenen kunnen lopen. Nu strompelen we met z’n tweexebn!
Aangekomen bij Allenbrook, het huis van Mr. en Mrs. Webber blijkt op dat moment alleen de eigenaar aanwezig te zijn. Hij trekt wat met z’n been en lacht als hij ons ziet aankomen. We waggelen met z’n drieexebn achter elkaar het huis binnen. “I can show you the room, but it is possible that it’s not the right one, then my wive has always a better idea”. Mw. Webber komt knorrend aanrijden in een oude Austin. De houten deurlijsten maken de auto stijlvol maar naderbij gekomen lijkt hij toch zijn beste jaren gehad te hebben gezien de gaten onder in de deur. En inderdaad: we krijgen een andere kamer!
Het lijkt wel een film. Dit is het meest bijzondere onderkomen dat we tot nu toe gehad hebben: een heel oud langgerekt huis dat ooit bestond uit een aantal kleine woningen naast elkaar, vol met antiek en curiosa. Schilderijen met jachttaferelen, opgezette dieren, foto’s van paardenrennen, de eigenaar op de foto met “Queen Mum”, perzische tapijten op de vloer, een badkamer voor ons alleen van zo’n 3 x 6 meter met weer tapijten op de vloer, een bad met sjieke met gouddraad geweven gordijnen eromheen, een toilet met een massief eikenhouten bril van zo’n 1 m2, een ouderwetse wasbak met koperen kranen, witte pauwen in de tuin, de muur van het huis volgroeid met blauwe regen en rozen, kortom: een adellijke woning met eigenaars die zo uit een Engels kostuumdrama zijn gestapt, upper class natuurlijk.
We eten ‘s avonds buiten op een terras in het naburige dorp.
De volgende ochtend worden we in de prachtige ontbijtkamer, ook al uitbundig gedecoreerd met schilderijen en foto’s van jachttaferelen en stillevens van schalen met fruit en bloemen, uitgenodigd plaats te nemen aan de tafel met een ouder Engels echtpaar, ook zeilers, dat ons tijdens een geanimeerd gesprek terstond uitnodigt om bij hen langs te komen bij een volgende oversteek naar Engeland.
Een plek om nooit meer te vergeten.
Maandag: terug naar Cardiff. Onderweg stoppen we nog een aantal malen, o.a. bij xe9xe9n van de vele kastelen die Wales rijk is. Helaas zijn de Colby Woodland Gardens gesloten. Om 17.35 uur stijgen we op, terug naar Nederland. We draaien bij met uitzicht over de Severn. Hier komen we zeker nog eens terug!
En dan hierbij een oplossing op de vraag waarom zoveel plaatsen in Wales met Llan beginnen: je spreek het uit als schlen (ja, in Wales kunnen ze de sch zeggen) en het betekent hetzelfde als Glenn in het Schots: een nederzetting, buurtschap, dorp.
